Het statuut

Statuten van de vereniging zullen op een aantal punten worden gewijzigd. Lid van de vereniging kunnen worden werknemers van het Rijk.

Het statuut van de Personeelsvereniging Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Artikel 1

De vereniging draagt de naam ‘Personeelsvereniging Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties’ en is gevestigd te 's-Gravenhage. Zij is aangegaan voor onbepaalde tijd.

Artikel 2

De vereniging stelt zich ten doel het onderlinge contact tussen de leden van het personeel, zowel werkzaam bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en bij de daaronder ressorterende diensten en instellingen, als bij de Hoge Colleges van Staat, te bevorderen; bij te dragen tot hun geestelijke en lichamelijke ontwikkeling en hun voorts, waar mogelijk, ontspanning te verschaffen.

Artikel 3

De vereniging tracht dit doel te bereiken door:

  1. het organiseren van recreatiebijeenkomsten, lezingen, filmvoorstellingen, muziek- en toneeluitvoeringen, sportwedstrijden en -oefeningen, excursies en feestelijke bijeenkomsten. 
  2. andere geoorloofde middelen.

Het bestuur der vereniging kan de organisatie van de onder a. en b. bedoelde activiteiten overdragen aansubclubs of aan door het bestuur te benoemen werkcommissies.

Artikel 4

Het verenigingsjaar valt samen met het kalenderjaar.

Artikel 5

  1. Lid van de vereniging kunnen worden personen die werkzaam zijn bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en bij de daaronder ressorterende diensten en instellingen of bij de Hoge Colleges van Staat.
  2. Wie lid wil worden van de vereniging moet zich daarvoor aanmelden bij de secretaris van de vereniging. Over de toelating van een lid beslist het bestuur.

Artikel 6

  1.  Het lidmaatschap van de vereniging eindigt:
    - door overlijden van het lid;
    - door opzegging van het lid;
    - door opzegging van de vereniging;
    - door ontzetting uit het lidmaatschap;
    - indien men niet langer werkzaam is bij het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of bij de daaronder ressorterende diensten en instellingen of wel bij de Hoge Colleges van Staat. 
  2. Bij opzegging door het lid moet een opzegtermijn van een kalendermaand in acht worden genomen.
  3. De vereniging kan het lidmaatschap opzeggen als het lid zijn contributie niet betaalt, eventueel andere verplichtingen tegenover de vereniging niet nakomt of als om welke reden dan ook redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden dat zij het lidmaatschap laat voortduren. De opzegging van het lidmaatschap namens de vereniging gebeurt door het bestuur; het bestuur moet dat schriftelijk doen en het lid daarbij de reden van opzegging mededelen.
  4. Het bestuur kan op eigen initiatief of op voorstel van tenminste tien leden besluiten een lid uit het lidmaatschap te ontzetten wanneer een lid in strijd met statuten, reglementen of andere besluiten van de vereniging handelt of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt. Het bestuur stelt het lid zo spoedig mogelijk schriftelijk van zijn besluit op de hoogte en deelt hem daarbij de reden voor ontzegging mee.
  5. Het lid van wie het lidmaatschap door het bestuur is opgezegd of die uit zijn lidmaatschap is ontzet, kan binnen vier weken na ontvangst van de kennisgeving in beroep gaan bij de algemene ledenvergadering. De algemene ledenvergadering moet binnen vier weken nadat het lid bij haar in beroep is gegaan een gemotiveerde uitspraak doen en die schriftelijk aan het lid meedelen. Gedurende de beroepstermijn en hangende het beroep is het lid geschorst.
  6. Het bestuur is bevoegd een lid voor ten hoogste drie maanden te schorsen; het bestuur moet zijn besluit schriftelijk aan het lid mededelen en hem daarbij de reden van de schorsing opgeven. Het lid dat geschorst is kan binnen vier weken na ontvangst van de mededeling in beroep gaan bij de algemene ledenvergadering. Het bepaalde in het vijfde lid is hierbij van toepassing.

Artikel 7

De geldmiddelen der vereniging bestaan uit: contributies, donaties, schenkingen, sponsoring, toegangsgelden en toevallige baten.

Artikel 8

De contributie van de leden en van de buitengewone leden wordt door de algemene ledenvergadering vastgesteld op de wijze, als voorzien in het huishoudelijk reglement.

Artikel 9

Buitengewone leden kunnen zijn zij, die behoord hebben tot het personeel van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of de daaronder ressorterende diensten en instellingen, dan wel tot het personeel bij de Hoge Colleges van Staat en die bij het verlaten van de dienst lid waren van de vereniging. Op hen zijn dezelfde bepalingen van toepassing als op de leden.

Artikel 10

Ereleden zijn zij die zich jegens de vereniging buitengewoon verdienstelijk hebben gemaakt en die als zodanig door de algemene ledenvergadering zijn benoemd. De ereleden zijn vrijgesteld van het betalen van contributie. Zij hebben overigens dezelfde rechten en verplichtingen als de leden.

Artikel 11

Leden van verdienste zijn zij die zich jegens de vereniging zeer verdienstelijk hebben gemaakt en die als zodanig door de algemene ledenvergadering zijn benoemd. Zij hebben dezelfde rechten en verplichtingen als de leden.

Artikel 12

De vereniging kent donateurs. Het bestuur beslist over de toelating tot donateur. Donateurs zijn zij die ten minste een door de algemene ledenvergadering vast te stellen bijdrage aan de vereniging per jaar betalen en als zodanig door het bestuur zijn toegelaten. Geen donateur van de vereniging kunnen worden personen die aan de vereisten voor het lidmaatschap van de vereniging voldoen.

Artikel 13

De vereniging kent subclubs. Het bestuur beslist over de erkenning van een subclub en toelating ervan tot de vereniging.

Artikel 14

De subclubs dienen het bestuur gevraagd en ongevraagd van advies. De subclubs brengen jaarlijks voor 1 maart aan het bestuur schriftelijk verslag uit over de werkzaamheden en over de financiële omstandigheden en dienen een raming van de inkomsten en uitgaven voor het komende jaar in.

Artikel 15

Het bestuur kan een subclub onder bepaalde voorwaarden met subsidie steunen. De subclubs kunnen geldelijke verplichtingen aangaan. Het bestuur van de vereniging kan voorwaarden stellen aan het aangaan van geldelijke verplichtingen.

Artikel 16

De bepalingen van de statuten en het huishoudelijk reglement van de vereniging zijn onverminderd van toepassing op de subclubs. Dit laat onverlet de bevoegdheid van de subclubs hun eigen huishoudelijk reglement op te stellen, mits dit niet strijdig is met de statuten en het huishoudelijk reglement van de vereniging.

Artikel 17

  1. De vereniging kan de erkenning van een subclub als subclub intrekken wanneer:
    a.  meer dan één buitengewoon lid zitting heeft in het dagelijks bestuur van de subclub;
    b.  de subclub zijn verplichtingen tegenover de vereniging niet nakomt of als om welke reden dan ook redelijkerwijs van de vereniging niet gevergd kan worden dat zij de erkenning laat voortduren;
    c.  de subclub in strijd met statuten, reglementen of andere besluiten van de vereniging handelt of de vereniging op onredelijke wijze benadeelt.
  2. De intrekking van de erkenning namens de vereniging gebeurt door het bestuur, na instemming van de algemene ledenvergadering. Het bestuur stelt de subclub zo spoedig mogelijk schriftelijk en met redenen omkleed van het besluit op de hoogte.
  3. Het bepaalde in het eerste lid onder a. is niet van toepassing op de seniorenclub en interdepartementale subclubs.

Artikel 18

Tenminste eenmaal per jaar wordt een algemene ledenvergadering gehouden waarin het bestuur verantwoording aflegt over het gevoerde beleid in het afgelopen verenigingsjaar, de begroting voor het nieuwe verenigingsjaar wordt vastgesteld en bestuursleden worden gekozen. Deze algemene ledenvergadering dient binnen drie maanden na afloop van het verenigingsjaar te worden gehouden.

Artikel 19

  1. De vereniging heeft een bestuur, dat bestaat uit ten minste vijf personen, maar ook als het aantal bestuursleden minder dan vijf bedraagt, blijft het bestuur bevoegd; het bestuur moet dan wel binnen twee maanden nadat het aantal bestuursleden beneden het aantal van vijf is gedaald een algemene ledenvergadering bijeen roepen. 
  2. Het bestuur is belast met het besturen van de vereniging en het beheer van haar gelden en overige bezittingen. Het dagelijks bestuur vertegenwoordigt de vereniging. Het bestuur mag een of meer bestuursleden een algemene volmacht of beperkte volmacht geven om de vereniging te vertegenwoordigen; zo'n volmacht moet schriftelijk worden gegeven. 
  3. De algemene vergadering kiest de bestuursleden uit de leden van de vereniging. De voorzitter, secretaris en penningmeester worden in functie gekozen en vormen tezamen het dagelijks bestuur. Ten hoogste twee buitengewone leden kunnen zitting hebben in het bestuur. 
  4. Het bestuur of ten minste vijf andere leden van de vereniging tezamen kunnen een kandidaat voor het bestuurslidmaatschap stellen; eventuele kandidaten moeten zich schriftelijk bereid verklaren dat zij een benoeming tot bestuurslid zullen aanvaarden. Kandidaatstellingen door anderen dan door het bestuur moeten ten minste drie dagen voor de vergadering schriftelijk bij de secretaris worden ingediend. 
  5. De algemene ledenvergadering benoemt de bestuursleden voor een periode van twee jaar; de bestuursleden zijn terstond herkiesbaar.

Artikel 20

  1. De algemene ledenvergadering kan de bestuursleden altijd schorsen of ontslaan. Als de schorsing van een bestuurslid niet binnen drie maanden door ontslag gevolgd wordt; eindigt de schorsing. 
  2. Het bestuurslidmaatschap eindigt:
    - door ontslag door de algemene vergadering;
    - door het einde van het lidmaatschap van de vereniging;
    - door het nemen van ontslag door het bestuurslid zelf; als het bestuurslid zelf ontslag neemt moet hij een opzegtermijn van ten minste achtentwintig dagen in acht te nemen.

Artikel 21

  1. De door de algemene ledenvergadering voor elk verenigingsjaar te kiezen kascommissie, bestaat uit drie leden, deze hebben zitting gedurende drie jaar, elk jaar treedt een lid af, deze is niet terstond herkiesbaar.
  2. In de kascommissie mogen bestuursleden geen zitting hebben.

Artikel 22

De werkzaamheden van de kascommissie zijn:

  1. het verifiëren van de boeken met de daarbij behorende bescheiden; 
  2. het controleren van de kas;
  3. het controleren van de rekening en verantwoording van de penningmeester, zoals die uitgebracht wordt op de algemene ledenvergadering. Zij brengt advies uit aan bedoelde algemene ledenvergadering omtrent decharge van de penningmeester.
  4. het uitbrengen van een verslag aan het bestuur aan het einde van een verenigingsjaar, welk verslag ter kennis zal worden gebracht aan bovenbedoelde vergadering.

Artikel 23

Alle verenigingsaangelegenheden waarin deze statuten niet voorzien, kunnen bij huishoudelijk reglement worden geregeld. Het huishoudelijk reglement dat bij meerderheid van stemmen wordt vastgesteld of gewijzigd door de algemene ledenvergadering, mag niet in strijd zijn met de statuten.

Artikel 24

In zaken waarin de statuten, noch het huishoudelijk reglement voorzien, beslist het bestuur.

Artikel 25

Wijziging van de statuten kan slechts geschieden in een daartoe of mede daartoe bijeengeroepen algemene ledenvergadering met een meerderheid van tweederde der uitgebrachte geldige stemmen.

Artikel 26

De vereniging kan worden ontbonden bij besluit van de algemene ledenvergadering waarin ten minste drievierde van het aantal leden aanwezig is en ten minste tweederde van het aantal uitgebrachte geldige stemmen ten gunste van de ontbinding wordt uitgebracht. Is het vereiste aantal leden niet aanwezig, dan wordt binnen een maand een nieuwe vergadering belegd, waarin alsdan ten minste tweederde van het aantal uitgebrachte geldige stemmen ten gunste van de ontbinding uitgebracht moet worden. In de vergadering, waarin tot ontbinding van de vereniging wordt besloten, wordt tevens de vereffening geregeld en een bestemming gegeven aan het eventueel aanwezig batig saldo, waarbij het saldo in principe ten goede moet komen aan de leden.Tenzij speciale vereffenaars bij dit besluit worden benoemd, geschiedt de vereffening door het bestuur.

Aldus vastgesteld in de algemene ledenvergadering van 14 juli 1999.

de voorzitter,                           de secretaris,

mw. mr. E.W. Foortse .             G.Bootsma.